home -> blogs -> krasnapolsky

Krasnapolsky, de ambitieuze kleermaker

Sasha Persulessy, 01-10-2020


Lovepreps wilde een niet zomaar een hotel uitkiezen voor het hotel-arrangement; een 5 sterrenhotel op een unieke locatie met een prachtige geschiedenis. Uiteraard is de keuze gevallen op NH Grand Hotel Krasnapolsky! Wat weet jij eigenlijk van dit hotel? Vandaag de dag kennen wij NH Grand Hotel Krasnapolsky als een van de bekendste en vooraanstaande 5-sterren hotels in Amsterdam, op zijn prominente plek aan de Dam. Met 468 hotelkamers, waaronder 35 luxe appartementen, 22 multifunctionele vergaderzalen, de karakteristieke bar, de rustige Zomertuin in het hart van de drukke stad en natuurlijk de wereldberoemde Wintertuin, is dit etablissement haast niet meer weg te denken uit het straatbeeld van de Amsterdamse Dam. Maar dit was niet altijd het geval. Sinds het Grand Hotel in de 19e eeuw als koffiehuis begon, is het uitgegroeid tot een van de meest toonaangevende hotel- en restaurantexploitanten van de hoofdstad. Ga er maar even voor zitten, want gezien de geschiedenis is dit een uitgebreide, leuke en leerzame blog!

De 19e eeuw: Meer dan een koffiehuis
Het verhaal van NH Grand Hotel Krasnapolsky begint rond het midden van de 19e eeuw, waar het begon als koffiehuis aan de chique Amsterdamse Warmoesstraat. Een smalle donkere straat met hoge, diepe huizen die aan de kant van het Damrak helemaal doorliepen tot het water. Een oude koopliedenbuurt waar, voordat de grachtengordel werd aangelegd, de rijkste kooplieden van de stad woonden. In dit gedeelte van de stad deed het deftige volk zijn inkopen; daarnaast was het een populaire bestemming voor zeelieden en reizigers. Veel Amsterdamse bedrijven uit die periode werden gerund door buitenlanders, voornamelijk Duitsers. In het gebied rond de Warmoesstraat waren koffiehuizen (waar meer bier dan koffie werd geschonken) populaire ontmoetingsplekken. Althans, dat gold voor de mannelijke bevolking van de stad. Van fatsoenlijke vrouwen werd niet verwacht in die buurt te worden gezien na 3 uur ’s middags, dan sloot de koopmansbeurs voor die dag en vertoonden zich alleen dames van lichte zeden rond dit mannenbolwerk. In één van de koffiehuizen in die buurt was de Duitser Wilhelm Adolf Krasnapolsky, geboren in 1834 uit een familie van Poolse kleermakers, vaste klant. Krasnapolsky was in 1856 naar Amsterdam gekomen en werkte als kleermaker op de kledingafdeling van het eerste warenhuis in de stad. Hij was vaak te vinden in het koffiehuis en raakte bevriend met een van de obers, August Volmer. De band tussen de twee vrienden werd door de jaren heen sterker en in 1862 trouwde Krasnapolsky met Volmer’s zus Johanna, waarna hij vier jaar later het management van zijn favoriete koffiehuis overnam. August Volmer bleef als kelner in dienst van het koffiehuis tot hij in 1871 vennoot van Krasnapolsky werd.

Krasnapolsky pachtte het koffiehuis en veranderde de naam vervolgens in ‘Café Krasnapolsky’. Het café bleek op een uitstekende plek te staan: vlak achter het Damrak, dat zich in die periode in hoog tempo ontwikkelde. De cafés en restaurants in het gebied profiteerden van de aanwezigheid van de koopmansbeurs die veel – voornamelijk mannelijke – clientèle trok.

Als een van de oudste straten in Amsterdam gaat de Warmoesstraat door voor een van de deftiger straten in Amsterdam. Veel van de rijke kooplieden, die overzee handel dreven, woonden in deze omgeving. De onroerend goed-prijzen waren gunstig in die tijd en Krasnapolsky kocht, met het oog op de toekomst, twee woningen in de nabijgelegen Servetsteeg. Daaropvolgend kocht hij ook het koffiehuis en later de aangrenzende slagerij in de Warmoesstraat. Op de plaats van zijn twee woningen bouwde hij een nieuw koffiehuis. Die nieuwbouw resulteerde in 1874 in een ruim café met hoge plafonds, dat al snel een geliefde ontmoetingsplaats voor heren werd. Achter het café bouwde Krasnapolsky op de plaats waar voorheen enkele huisjes stonden, een aparte zaal waarin hij zes biljarttafels plaatste en hij legde een kleine tuin aan. Op dat moment begon Krasnapolsky zijn ambities al te tonen. Met één van Volmer’s andere zussen – Mathilde Volmer -als kok begon Café Krasnapolsky zich te onderscheiden van andere koffiehuizen door in een huiselijke omgeving eenvoudige, maar voedzame maaltijden aan te bieden tegen betaalbare prijzen. Dit bleek een groot succes. Op de kaart prijkten specialiteiten als steak, stoofschotels en pannenkoeken. ‘Geen heerlijker pannenkoeken dan die van Krasnapolsky’s schoonzuster Mathilde Volmer’ zo ging het verhaal in die tijd. Bij het bereiden van de vele maaltijden in het café kwam de slachterij van zijn buurman op het achterterrein goed van pas.

In het voorjaar van 1878 werd achter het café een zomertuin geopend. Tuinen golden in die tijd als favoriete ontspanningsplaatsen voor de Amsterdammers. In het hartje van de stad kon men in de frisse lucht, tussen het groen, genieten van een biertje, glas limonade of een kop koffie. Ook konden de dames zich hier met goed fatsoen vertonen.

In dit jaar werd de ‘Naamloze Vennootschap tot Exploitatie van het Café Krasnapolsky’ opgericht. In 1879 begon Krasnapolsky te bouwen aan een hal die zijn etablissement een internationale reputatie zou geven. Hij bouwde de Wintertuin, een nieuwe biljartzaal, een buffetzaal en een gebouw om de drukke keuken van het café te huisvesten. Ook voegde hij in 1881 een van de eerste vergaderzalen van Amsterdam toe, boven de nieuwe biljartzaal. Aan het einde van dat jaar werd de naam van het bedrijf weer veranderd naar ‘Maatschappij tot Exploitatie van de Onderneming Krasnapolsky’, toen Volmer het bedrijf verliet en in Breukelen ging rentenieren.

In het begin van 1880 vonden twee belangrijke gebeurtenissen voor de onderneming Krasnapolsky plaats. De eerste was de komst van de elektrische verlichting, die de gaslampen in het hotel zou vervangen. Om het café van stroom te voorzien, plaatste Krasnapolsky in een huisje op het achterterrein een eigen stoommachine om elektriciteit op te wekken. Na klachten van de buren verwezenlijkte hij een echte elektrische centrale, waarvoor een aparte NV werd opgericht, de N.E.M., de Nederlandsche Electriciteits Maatschappij. Na allerlei experimenten koos hij voor de toen glodnieuwe Edison gloeilampen. Nauwelijks een jaar nadat Edison in 1882 de gloeilamp introduceerde, hingen er in de Wintertuin meer dan duizend Edison gloeilampen en werd de bijzondere zaal al gauw vol lof “het wonder van de eeuw” genoemd.  De N.E.M. verwierf uiteindelijk geen vergunning voor verdere levering van elektriciteit en werd in 1892 opgeheven.

De komst van de Wereldtentoonstelling in 1883 bracht Krasnapolsky zijn volgende kans. Voor deze gelegenheid was Krasnapolsky vastbesloten om de hotelbranche in te gaan met zijn bedrijf. Hij kocht twee aangrenzende panden aan de Warmoesstraat en herbouwde ze tot een hotelvleugel met 80 kamers. Het jaar daarop werd, met de aankoop van het volgende aangrenzende gebouw, het hotel verder uitgebreid. Op dat moment werden het café en hotel samengevoegd, waardoor er één gebouw werd gecreëerd achter een imposante, symmetrische gevel van wat vroeger zes huizen waren geweest. In 1885 voegde Krasnapolsky een nieuw restaurant toe op de begane grond van de hotelvleugel, thans Reflet d’Or. In het café was een leestafel waar men rond de 250 kranten van over de hele wereld kon lezen. Dit was uniek voor deze tijd.


Het naderen van de Dam: De vroege 20e eeuw
Krasnapolsky had al vanaf het begin het verlangen om met zijn hotel een adres aan de Dam, of in ieder geval op het belangrijke Damrak te hebben. Dit verlangen had hij niet opgegeven. Een verzoek om de doorgang tussen de Warmoesstraat en het Damrak op te kopen, werd door de stad geweigerd. Krasnapolsky was om zijn adres aan de Dam te bereiken zelfs bereid om één van de gebouwen tegenover zijn hotel te kopen en te slopen ten gunste van een passage. Toch is dat plan ook geblokkeerd door de besluiteloosheid rondom de locatie van de nieuw te bouwen Amsterdamse beurs. Plannen voor verdere uitbreiding van het aantal hotelkamers van Krasnapolsky werden ook verhinderd door stedelijke beperkingen in bouwhoogten. Krasnapolsky bleef uit het zicht – de Warmoesstraat werd in die tijd nog steeds bereikt door de Damstraat – toen de verkeersader naar de nieuwe woongebieden in de Plantage –  en blokkeerde het uitzicht vanaf de Dam. Desalniettemin, was Krasnapolsky een belangrijke vergader- en eetplaats geworden, niet alleen voor zakenmensen, maar ook voor gezinnen.

Krasnapolsky was ook betrokken geraakt bij andere vastgoedontwikkelingen, zoals een openbaar zwembad compleet met terras, paviljoen en park en bouwfondsen bedoeld om de bouwkwaliteit van woningen in de buurt rond zijn huis en elders in de stad aan te moedigen. In de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog bleef Krasnapolsky zijn bedrijf verbeteren, onder andere door een renovatie van het restaurant. Het buurhuis in de Warmoesstraat werd omgebouwd tot kantoorruimte en toegevoegd aan het Krasnapolsky complex. Daarnaast kocht het bedrijf een aantal percelen aan de zuidkant van het gebouw, waarmee het dichter bij de Damstraat kwam. In 1909 trad Krasnapolsky, toen 75 jaar oud, terug als directeur van de Maatschappij tot Exploitatie van de Onderneming Krasnapolsky. Hij stierf drie jaar later, in april 1912. Eind 1912 kocht het bedrijf een perceel aan de achterzijde van het complex, waarmee Krasnapolsky uitbreidde naar de Oudezijds Voorburgwal.

In 1911 kwam het bedrijf dichter bij de droom van zijn oprichter om een adres op de Dam te hebben. In dat jaar besloot de stad het Damplein uit te breiden. Een stuk van de oostelijke zijde van de Warmoesstraat werd gesloopt waardoor Krasnapolsky’s buurman het Polmanshuis zijn restaurant direct aan de Dam kon worden gebouwd. Polman kocht voor de gelegenheid drie huizen op en bouwde hier het Polmanshuis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog van 1914-’18 kon Krasnapolsky door de neutrale positie van Nederland, zijn hotel-, restaurant- en andere activiteiten voortzetten. Er werden alleen geen pannenkoeken meer gebakken, omdat het meel schaars was.

In de periode tussen de twee wereldoorlogen in, bleef de Krasnapolsky onderneming zich ontwikkelen. In 1924 was het één van de weinige etablissementen in Amsterdam die een vergunning ontving voor dansen. Om in de behoeften van deze trend te voorzien werd Krasnapolsky aangepast. De niet langer rendabele zomertuin kreeg een dak en werd getransformeerd tot de eerste Krasnapolsky Ballroom, die al snel een groot succes werd. Al gauw werd de serre van de Wintertuin herschapen in een tweede dancing. In 1927 werd Krasnapolsky aan de Warmoesstraat uitgebreid met een nieuwe hotelvleugel, waarbij de Servetsteeg werd overbouwd en de hotelingang werd verplaatst richting de Dam. Door verdere op- en aanbouwen werd Krasnapolsky, met het adres nog steeds aan de Warmoesstraat, gedeeltelijk zichtbaar vanaf de Dam. Er kwamen een lift en 14 nieuwe kamers, wat de capaciteit op 140 hotelkamers bracht. Het gebouw dat Wilhelm Adolf Krasnapolsky in 1874 had laten bouwen werd toen afgebroken.

Wanneer de dansgekte vervaagt in de vroege jaren ’30, verbouwt het complex zijn balzalen in theaters voor toneel- en filmentertainment. In het midden van de jaren ’30 voegt het bedrijf daarnaast ook een aantal conferentiezalen en openbare ruimtes toe. In 1939 verwierf Krasnapolsky het laatste Warmoesstraatpand tussen het Krasnapolskycomplex en het Polmanshuis in, wat het jaar daaropvolgend werd herbouwd en toegevoegd aan Krasnapolsky. De nieuwe uitbreiding voegde 17 hotelkamers, een nieuwe entree dichter bij de Dam en een schuilkelder toe. Die schuilkelder zou later belangrijk worden met de Nazi bezetting in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Krasnapolsky, dat net zijn 75-jarig jubileum had gevierd, bleef open tijdens de oorlog. Het hotelmanagement was ondanks de aanwezigheid van de Duitsers in staat om schuilplaatsen te bieden en wist tevens veel van haar werknemers die werden bedreigd met dwangarbeid en deportaties naar Duitsland, buiten de Arbeidseinsatz te houden. Krasnapolsky bood ook de mogelijkheid voor mensen om te luisteren naar Radio Oranje. Tegen het einde van de oorlog leidde de Duitse blokkade van Noord-Holland tot wat bekend werd als de ‘Hongerwinter’. Het ontstane voedseltekort dwong Krasnapolsky om haar gasten te vragen hun eigen eten mee te nemen. De meegebrachte maaltijden werden in de keuken, waar nog slechts een kleine kachel brandde, door het personeel bereid.

Dan, in 1950, realiseert het bedrijf eindelijk de droom van zijn stichter. In dat jaar koopt het bedrijf zijn buurman op, het Polmanshuis. Met fondsen van het Marshallplan wordt dit gebouw in 1952 bij Krasnapolsky gevoegd. Krasnapolsky bouwde een nieuwe entree, waarmee het eindelijk een adres had aan de Dam. Voor die gelegenheid werd de naam veranderd in ‘Grand Hotel Krasnapolsky’. Aan het einde van het decennium werd de American Express, die daar op de begane grond nog steeds zijn kantoren had, verplaatst naar het Damrak. De hoofdingang van het Grand Hotel aan de Dam werd nu een fraaie entree tot het hotel.

In 1960 voegde Grand Hotel Krasnapolsky in de Sint Jansstraat een nieuwe hotelvleugel met 80 kamers toe, samen met een nieuwe conferentiezaal en een openlucht parkeerplaats. Aan het eind van de jaren ’60 werd de parkeerplaats omgebouwd tot een garage voor 150 auto’s. Er werden nog eens 130 hotelkamers toegevoegd in een nieuwe vleugel hierachter. Hiermee kwam het totaal aantal hotelkamers op bijna 400. Grand Hotel Krasnapolsky is in 1961 mede oprichter van de keten Golden Tulip Hotels, een samenwerkingsverband van onafhankelijke hotels.

De oliecrisis van de jaren ’70 en de daaruit voortvloeiende wereldwijde recessie, zou de uitbreidingen van het bedrijf vertragen. De capaciteit van het hotel lag nu rond de 720 bedden. Aan het einde van de jaren ’80 werd de befaamde Wintertuin gerenoveerd en heropend. Het bedrijf kocht vervolgens in 1991 het voormalige Leger des Heils gebouw in de Damstraat. Op deze plaats verrees een hele nieuwe vleugel, samen met het hoekpand aan de Oudezijds Voorbuergwal, met een schitterend penthouse op de bovenste verdieping. Tegen 1992 hebben de groei van het bedrijf en de verbeteringen ervoor gezorgd dat Grand Hotel Krasnapolsky de status van een vijf-sterren hotel verwierf.

In 1996 werd de Royal Wing op de plek van het voormalige Leger des Heils gebouw in de Damstraat geopend, waarmee winkel- en restaurantpanden, evenals hotelkamers aan het hotel werden toegevoegd. Dit resulteerde in een totaal aantal hotelkamers van 468. Ook werden in dit jaar 35 volledig ingerichte luxe appartementen gerealiseerd in enkele gerestaureerde monumentale panden aan de Oudezijds en de Pijlsteeg. Deze zijn in 2008 weer volledig gerenoveerd. In 1997 nam het bedrijf drie Amsterdamse hotels over: het Doelen hotel, gevestigd aan de Amstel, en hotel Caransa en Schiller, aan het Rembrandtplein.

Toen NH Hoteles in 2000 de volledige Golden Tulip groep overnam, kwam Grand Hotel Krasnapolsky in handen van deze Spaanse hotelketen NH Hoteles. Hiermee veranderde de naam ook naar het huidige NH Grand Hotel Krasnapolsky.

Naar hotel-arrangement

Bron: NH Grand Hotel Krasnapolsky

Reacties

Aafje Rozeboom 29-08-2021

Ben zo blij met deze informatie . Mijn vader is al 40 jaar dood, dus ik kan het hem niet meer vragen . Kwam in kras werken als 15 jarig jongetje tot aan zijn 60ste . Dacht van zijn pensioen te kunnen gaan genieten . T liep helaas anders . Ik had hem willen vragen wat hij in Kras deed tijdens de oorlog ? Dankzij deze info , weet ik al veel meer . Dank voor dit verhaal . M.v.g Aafje Rozeboom

Maas 18-04-2021

Ik ben in het bezit van een toilettafel met 3 spiegels en lade, volgens mij komt die uit het hotel Krasnaplosky rond 1950 kocht mijn vader deze via een veiling. Zou dat kunnen kloppen? Hoor graag van u. Mvg